Reglement

Bekijk het reglement in PDF

REGLEMENT Buggy & Truggy Cup Benelux (vanaf seizoen 2017)

Inhoudsopgave

  1. Organisatie
  2. Communicatie
  3. Doelgroep
  4. Format
  5. Technische data

5.1         Type & Afmeting
5.2         Motoren
5.3         Banden
5.4         Spoiler
5.5         Body
5.6         Ondersteunende techniek
5.7         Aanvullende technische bepalingen
5.7.1          Bumpers
5.7.2          Aandrijving
5.7.3          Koppeling en rem
5.8         Controle modelauto

  1. Circuits

6.1         Afmetingen
6.2         Aanleg
6.3         Markering
6.4         Afzetting
6.5         Finish lijn
6.6         Rijdersstelling
6.7         Pits
6.8         Rennerskwartier
6.9         Publiek

  1. Wedstrijdverloop

7.1         Inschrijvingen
7.2         Inschrijfgeld
7.3         Wedstrijdweekeinde
7.4         Klassen
7.5         Race indeling
7.6         Uitstel
7.7         Startprocedure
7.8         Baaninzet
7.9         Pitstop
7.10      Bijzondere omstandigheden
8.1         Aantal races
8.2         Puntenverdeling
8.3         Puntentelling
8.4         Prijzen

 

1.   Organisatie

De Buggy -en truggycup  races worden georganiseerd door het Buggy -en truggycup bestuur, zijnde : Jacco Koch, Peter Jansen, Peter Haaima, Gerben van Vilsteren en Mario Koolmees. De volledige organisatie is vrijwilligerswerk en onbetaald.

2.   Communicatie

Er wordt getracht alle info te communiceren via het forum www.Buggy -en truggycup .nl, hier kan eenieder geregistreerd persoon info/vragen posten. Ook is er een emailadres wat kan worden gebruikt organisatie@Buggy -en truggycup .nl.  Uiteraard kunnen de bestuursleden ook worden aangesproken op de races.

3.   Doelgroep

De buggy -en truggycup  is een vriendschappelijke competitie welke telkens loopt over verschillende wedstrijden om zo tot een winnaar te komen. Ten allen tijde staat plezier en veiligheid van de deelnemers centraal.

4.   Format

De Buggy -en truggycup  bestaat uit 7 races, data hiervan vindt u terug op het forum. In de 7-race formule zijn er 2 schrap resultaten (alleen de 5 beste resultaten van een rijder tellen dus voor het kampioenschap). Bij het afgelasten/vervallen van een wedstrijd tellen we dit als schrap en is er aanvullend nog slechts 1 schrap mogelijk.

 

5.   Technische data

5.1   Type & Afmeting

Alle Buggy Schaalmodellen 1:8

Maximale lengte              : 550 mm
Maximale hoogte            : 250 mm
Maximale breedte          : 310 mm
Wielbasis                            : 270 – 330 mm

Op een wedstrijddag mag niet gewisseld worden van chassis, tenzij er door schade dit chassis gewisseld moet worden (dit ter beoordeling en na goedkeuring door de wedstrijdjury).

Alle Truggy Schaalmodellen 1:8

Maximale lengte              : 650 mm
Maximale hoogte            : 250 mm
Maximale breedte          : 450 mm
Maximale wielbasis        : 400 mm

5.2   Motoren

Buggy klasse:

Maximale cilinderinhoud             : 3,5 cc
Maximale brandstoftank             : 125 cc (tot aan carburateur)

Alleen uitlaten met EFRA type goedkeuring erin gegraveerd zijn toegestaan. Turbo’s en injectiesystemen zijn niet toegestaan.

Truggy klasse:

Maximale cilinderinhoud             : geen
Maximale brandstoftank             : 150 cc (tot aan carburateur)

Alleen uitlaten met EFRA type goedkeuring erin gegraveerd zijn toegestaan. Turbo’s en injectiesystemen zijn niet toegestaan.

Electro                                                 : maximaal 4S LiPo

5.3   Banden

Alle vrij in de handel verkrijgbare banden zijn toegelaten. Dit is geldig voor zowel buggy –als truggy klasse.

5.4   Spoiler

Maximale lengte              : 217 mm
Maximale breedte          : 77 mm
Maximale hoogte            : 250 mm (meting vanaf de grond bij een raceklare auto)

5.5   Body

De body moet een, op schaal 1:8 verkleint, natuurgetrouw karakter hebben. Deze moet een natuurlijk uiterlijk hebben en voldoen aan de schaal 1:8. Aan weerszijde van de modelauto dient een door de organisatie erkend startnummer aanwezig te zijn. Er mogen geen scherpe of draaiende onderdelen buiten de body steken.

5.6   Ondersteunende techniek

Het gebruik van ondersteunende techniek en/of elektronica voor actieve vering of demping evenals het gebruik van gyroscopen en/of G-kracht sensoren voor assistentie bij het sturen zijn verboden. Sensoren zijn slechts toegestaan voor het passief opslaan van data en niet om het rijgedrag of de prestatie van de auto te verbeteren.

5.7   Aanvullende technische bepalingen

5.7.1 Bumpers

De modelauto moet voorzien zijn van een bumper. De bumpers moeten van zacht en buigzaam materiaal zijn en mogen niet scherp zijn. De bumpers mogen maximaal 5 cm buiten de body uitsteken.

5.7.2 Aandrijving

De aandrijving van de modelauto’s moet afdoende beschermd zijn, zodat er geen gevaar kan optreden voor de baaninzetters.

5.7.3 Koppeling en rem

De modelauto moet voorzien zijn van een goed werkende koppeling en rem.

5.8       Controle modelauto

Controleren of de auto aan de regels voldoet kan altijd door de organisatie gedaan worden bij iedereen en op elk tijdstip

6.   Circuits

6.1   Afmetingen

Minimale lengte 150 meter, minimale breedte 3.30 meter.
Minimale afstand tussen de rijderstelling en de rijbaan 2 meter.
Maximale afstand tussen de rijderstelling en de rijbaan 5 meter.

6.2   Aanleg

Het circuit moet het liefst zo natuurlijk mogelijk zijn met wat variatie in ondergrond. Het moet vrij zijn van obstakels. Circuits voor meer dan 80% bestaande uit kunstgras (of tapijtsoorten) moeten voorzien zijn van minimaal 3 hindernissen (sprong of dubbelsprong, wasbord, chicane etc.) met een minimum afstand tussen de hindernissen van 10 meter. Indien de baan afwijkt van de hier bovenstaande maten wordt door het Buggy -en truggycup  team besloten of de lay-out wel of niet acceptabel is.

6.3   Markering

De circuitmarkering mag geen schade kunnen veroorzaken aan de modelauto’s en dient geen uitstekende delen te bevatten, zoals spijkers, bouten of montage strips. De markering mag niet hoger zijn dan 15 cm. Het moet de modelauto’s mogelijk zijn, om na het verlaten van het traject, zelfstandig terug te keren. Tevens moeten er 12 startnummers worden aangegeven voor het starten van de finales. Deze startplaatsen liggen voor de start en liggen minimaal 2000 mm uit elkaar.

6.4   Afzetting

Er dient een afzetting te zijn, die het onmogelijk maakt bochten af te snijden of op andere delen van het traject te komen. Het moet onmogelijk zijn, dat de model auto’s bij het publiek kunnen komen. Veiligheid voor publiek en deelnemers staat ten alle tijden voorop. Binnen het circuit is de max. hoogte van de afzetting 15 cm, daarbuiten is deze hoogte geheel vrij.

6.5   Finish lijn

De finishlijn wordt aangegeven door een markering (vlag of iets dergelijks) en de tel lus (de geregistreerde computertijd is bindend voor de uitslag). Het is de eigen verantwoording van de rijder om de tellus op de juiste manier te passeren, alleen bij technische mankementen aan het telsysteem kunnen gemiste ronden gecorrigeerd worden.

6.6   Rijdersstelling

De rijderstelling is overdekt en ten minste 2 m hoog. De stelling dient plaats te bieden aan 12 deelnemers (circa 10m breed) en een ongehinderd uitzicht op de baan te geven. Men dient, vanaf de stelling, zicht op de startplaats en op de pits te hebben. De rijderstelling moet voorzien zijn van een stevige balustrade en trap.

6.7   Pits

De pitstrook ligt binnen 30 m na de finish- cq tel lus en heeft een duidelijke in en uitgang van tenminste 1,5m breed. In de pitstrook bevindt zich een afzetting (b.v. plank) waarachter de helpers zich bevinden. Binnen de pits bevindt zich een rijstrook en voldoende ruimte voor 12 startboxen. De pitstrook is alleen toegankelijk voor max. 2 helpers per rijder.

6.8   Rennerskwartier

Het rennerskwartier bevindt zich aan het circuit. Vanuit het rennerskwartier moeten de rijderstelling en de pits ongehinderd te bereiken zijn. Iedere deelnemer dient zelf een tafel en/of overdekking te verzorgen indien die niet voldoende aanwezig zijn bij de organiserende club.

6.9   Publiek

De clubs moeten voor voldoende veilige staanplaatsen voor het publiek zorgen (minimaal 1/3 van de omtrek van het circuit). Het al dan niet geschikt zijn van een circuit wordt ten allen tijde beslist door het bestuur van de Buggy -en truggycup .

 

7.   Wedstrijdverloop

7.1   Inschrijvingen

3 tot 4 weken voorafgaande aan de wedstrijd worden de inschrijvingen geopend via het forum waar een link en overzicht van de inschrijvingen beschikbaar is. De inschrijvingen en tijdwaarneming gebeuren door middel van het programma MyRcm, hiervoor dienen de rijders eerst een gratis account aan te maken op www.myrcm.ch

7.2   Inschrijfgeld

Bij inschrijving wordt onmiddellijk het inschrijfgeld (15€) betaald aan een vaste bankrekening, de gegevens van deze rekening maken we zo spoedig mogelijk bekend op het forum, topic inschrijving. Zonder betaling is de inschrijving niet geldig. Betalen op de race zelf betekent 5€ extra en tevens loopt deze rijder het risico niet te kunnen deelnemen wegens vol. Het inschrijfgeld gaat naar de organiserende club en wordt onder geen beding terugbetaald. Betaalbewijzen, printscreens e.d. zijn niet geldig, rijders dienen ervoor te zorgen dat het inschrijfgeld tijdig is betaald of betalen cash op zondag.

7.3   Wedstrijdweekeinde

Alle wedstrijden worden gereden op een zondag, de zaterdag hier voorafgaande moet er mogelijkheid tot training zijn voor de deelnemers die dit wensen. Deze zaterdag zit tevens inbegrepen in het inschrijfgeld. De uren van zaterdag zijn afhankelijk van de club en toelatingen, gestreefd word naar van 10.00 tot 17.00.

Een wedstrijddag (zondag) begint om 08.00 met een halfuur om in te schrijven, inschrijven op de dag zelf kan indien er nog plaatsen beschikbaar zijn en kost 5€ meer dan de mensen die vooraf inschrijven. Alle rijders dienen op zondagochtend hun aanwezigheid te bevestigen bij de wedstrijdleiding, dit tussen 08.00 en 08.45, niet bevestigde rijders zullen uit de inschrijvingen worden gehaald. (dit voor een optimale baaninzet)

Onderstaand schema is een richtlijn maar afhankelijk van de toelatingen van de club. Op het forum word duidelijk per race de dagindeling bekend gemaakt.

Zaterdag :
10.00-17.00        : Vrije training

Zondag :
08.00-08.30        : Bevestiging van inschrijving bij de wedstrijdleiding.
08.45                    : Briefing
09.00                    : Start 1e kwalificatie
16.30                    : Start Sportsman finale
17.00                    : prijsuitreiking

7.4   Klassen

Buggy klasse

Er bestaan 2 klassen zijnde Sportsman en Hobby. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ervaren rijders (Sportsman) en minder ervaren rijders (Hobbyklasse). Deze klassen rijden tijdens kwalificaties en tot en met de ½ finale door elkaar maar in de finale apart.

Voor elke klasse wordt een apart klassement bijgehouden op basis van de behaalde eindresultaten.
Als extra is er het 40+ klassement, iedere rijder 40+ doet automatisch mee voor het 40+ klassement.

Dit wordt handmatig geregistreerd door de organisatie. De indeling voor Hobby of Sportsman wordt ieder jaar opnieuw gemaakt aan de hand van eerder behaalde resultaten in de voorgaande jaren. De beste 3 hobbyrijders promoveren naar de sportsman klasse. Rijders in de sportsman klasse kunnen aanvragen om weer in de hobby klasse te rijden. Dit zal dan samen met hun bekeken worden of dit mogelijk is aan de hand van de behaalde resultaten in het verleden. De organisatie zal de indeling zo eerlijk mogelijk maken, na 4 races wordt bekeken of de indeling nog moet worden aangepast om zo een eerlijk verloop van het seizoen mogelijk te maken.

De rijders dienen bij inschrijving aan te geven in welke klasse zij wensen uit te komen. Omschakeling van klasse kan enkel door tussenkomst van het bestuur.

Ongeacht de klasse of resultaat dienen alle deelnemers aanwezig te zijn tot het einde van wedstrijddag, uitzonderlijk kan hierop een uitzondering worden gemaakt na melding aan de organisatie.

Truggy klasse

Bij de truggy klasse is sprake van 1 klasse, bij gebleken populariteit kan de organisatie besluiten tot het splitsen is meerdere klassen zoals bij de buggy’s. Een splitsing gebeurd alleen wanneer de organisatie daar mogelijkheden toe ziet. Wanneer er wordt deelgenomen met elektro truggies dienen deze bij finales tot en met 20 minuten 1 verplichte pitstop te maken, bij finales langer dan 20 minuten moeten deze rijders 1 verplichte LiPo wissel uit (te laten) voeren.

7.5   Race indeling

Alle ingeschreven rijders worden ingedeeld in kwalificatieheats van maximaal 12 rijders. De startposities worden gemaakt aan de hand van de actuele tussenstand, voor de eerste race wordt de einduitslag van het voorgaande jaar genomen.

Elke rijder krijgt 3 kwalificaties. De rijder met het hoogste aantal ronden in een kwalificatie krijgt 1 punt, de 2e 2 punten enzoverder. Voor iedere rijder worden de twee beste resultaten van de kwalificaties opgeteld. De rijder met het laagste aantal punten wordt nummer 1. Bij een gelijk aantal punten wordt gekeken naar de posities in de getelde kwalificaties (1+3 is beter als 2+2)

In beide klassen wordt de TQ beloond met 2 extra punten.

De snelste 14 (28 of 42) rijders plaatsen zich direct voor de 1/2, 1/4 of 1/8 finales. In de finales wordt er niet gereden om tijd maar om plaatsen. Doorstroming gebeurt via het kerstboomsysteem. Na de halve finales wordt een berekening gemaakt voor een aparte Hobby en Sportsman finale.

Beide finales zullen alleen bestaan uit ofwel 12 Hobby ofwel 12 Sportsman rijders.

Kwalificatieplaats 1-14 plaatsen zich rechtstreeks in de halve finales. Vanuit de lagere finales komen telkens de nummers 1-5 erbij, de finales bestaan zo uit 12 rijders. De doorschuivers naar de finale zijn telkens 5 rijders uit de A en de 5 uit de B reeksen.

7.6   Uitstel

Uitstel kan alleen tijdens het opwarmen voor de finales, niet meer tijdens de startprocedure = 1 minuut voor de start. Uitstel kan eenmaal verleend worden per finale, duurt maximaal 5 minuten en deze moet opgeteld worden bij de tijd die nog te gaan is. Aan elke rijder kan maar eenmaal per wedstrijddag uitstel verleend worden. De betreffende rijder dient bij aanvang van de start uit eigen beweging uit de pitstraat te starten, en mag pas vertrekken wanneer het volledige deelnemersveld de pits voorbij is gereden.

7.7   Startprocedure

De start van de kwalificatieheats geschiedt volgens het zogenaamde rolling-staggered-start-system. Dat wil zeggen dat elke rijder zijn eigen tijd op de computer start. De wedstrijdleider roept X minuten voor de start om (op het moment dat de laatste modelauto van de vorige heat gefinisht is). De rijders van de volgende heat kunnen pas de baan in als alle vorige rijders binnen zijn en de rijders stelling hebben verlaten.

Vervolgens wordt er omgeroepen:

  • 2 minuten voor de start,
  • 1 minuut voor de start,
  • 30 seconden voor de start en vanaf
  • 10 seconden voor de start wordt er afgeteld

Op het moment dat de wedstrijdleider het sein start geeft kunnen de rijders door de tel lus te passeren hun eigen tijd starten. Iedere rijder heeft de tijd om zijn eigen tijd te starten totdat de eerste modelauto voor de tweede keer de tel lus passeert (en dus zijn 1e ronde noteert). Als een rijder op dat moment nog niet zijn eigen tijd heeft gestart, wordt hij door de computer automatisch gestart.

De start van de finales verloopt volgens het zogenaamde Le Mans systeem. De rijders wachten onderaan de rijdersstelling tot ALLE rijders van de voorgaande heat beneden zijn, daarna gaan ze in volgorde van kwalificatie de stelling op. 3 minuten voor de finales wordt de baan vrijgegeven, zonder vrijgave moet de baan leeg zijn. 1 minuut voor de start dienen alle voertuigen zich naar de pits te begeven, waar ze worden opgewacht door hun pithulp.

Op het sein van de baancommissaris kunnen de pithelpers zich naar de startposities begeven. Hier zal worden gestart door middel van de vlag, bij het aftellen van 10 naar 0 dient op tel 3 de auto op de piste te staan tegen de startbalk, los van de pithulp.

Alle contact pithulp/auto is vanaf dan verboden. Valt de motor uit tijdens de startprocedure dient er ook uit eigen beweging te worden gestart vanuit de pits.

7.8   Baaninzet

De organiserende club dient zorg te dragen voor ten minste 7 duidelijk aangegeven (genummerde) inzetposten.

Bij meer dan 7 posten dient de organiserende club tijdens de finales te zorgen voor een capabele inzetter(s) op de overige baanposten. De baaninzetters dienen tijdens de kwalificaties 1 minuut en tijdens de finales 3 minuten voor aanvang op hun plaatsen te staan. De baaninzetters dienen op hetzelfde nummer van de baanpost plaats te nemen als hun start positie in de kwalificaties/finales.

Tijdens de kwalificaties :

Tijdens de kwalificaties is je baaninzet positie jouw startpositie in jouw kwalificatie.  Het inzetten van uit de baan geraakte modelauto’s geschiedt als volgt: Na je kwalificatie start de volgende heat, deze heat doe je geen baaninzet, baaninzet doe je in de daaropvolgende heat. Je hebt dus 1 heat de tijd om je auto weg te zetten.

Een rijder kan zich laten vervangen tijdens het baaninzetten gedurende een kwalificatieheat, als hij persoonlijk zorgt voor een capabele vervanger en dit meldt aan de wedstrijdleiding. De baaninzetters blijven tijdens de kwalificaties staan tot alle auto’s in de pits zijn, hierna mogen zij hun positie verlaten.

Het niet op tijd de inzetpositie innemen bij de kwalificaties respectievelijk er op het moment van de kwalificatiestart niet zijn, wordt bestraft met 1 ronde bij alle gereden heats.

Tijdens de finales :

Tijdens de finales is je baaninzet positie jouw startpositie in jouw finale. Baaninzet wordt omgeroepen. De baaninzetters blijven tijdens de finales staan tot alle auto’s in de pits zijn, hierna mogen zij hun positie verlaten.

Bij het niet (of te laat) baaninzetten in de finales wordt de rijder gediskwalificeerd en kan zo niet in zijn eigen finale starten. Bij diskwalificatie krijgt een rijder 0 punten toegekend en deze 0 punten kunnen niet als schrap resultaat gebruikt worden.

Baaninzetters blijven op hun positie staan en letten op dat gedeelte van de baan waar ze verantwoordelijk voor zijn (dus niet de race volgen) afgeslagen of kapotte auto’s worden niet terug gebracht of gerepareerd maar worden aan de kant van de baan neer gezet en worden opgehaald door de pithulp. Gebruik van gsm en dergelijke is uiteraard uit den boze.

In samenwerking van de wedstrijdleider, de commissaris en de organiserende club kunnen rijders worden opgeroepen voor een extra baaninzet. In eerste instantie zullen dit rijders uit de lagere finales zijn aangezien zij geen verplichte baaninzet hebben gedaan. Daarna kunnen rijders worden gevraagd die wel al een keer aan de beurt zijn geweest of rijders die in een hogere finale staan maar niet direct na de finale waarbij zij baan inzetten zelf moeten rijden. Per rijder kan dat maar één keer gevraagd worden, weigeren mag alleen als er daarvoor een echte reden opgegeven wordt deze weigering is altijd ter beoordeling aan de wedstrijdleider, jury of organiserende club.

De rijder is altijd verantwoordelijk voor zijn baaninzet en hoeft hiervoor niet gewaarschuwd te worden om een straf te krijgen.

Het gebruik van handschoenen bij het baaninzetten wordt sterk aangeraden. Het inzetten na het tanken en/of reparaties geschiedt altijd in de pitstraat waarbij moet worden opgemerkt dat de auto op eigen kracht de pits dient te verlaten met in achtneming van de op de baan zijnde wagens.

Door de organiserende club worden veiligheidshesjes ter beschikking gesteld.

7.9   Pitstop

Tijdens de heats, semi-finales en finales dienen alle reparaties en het tanken in de pits achter de afzetting in de pitstraat of in het rennerskwartier te gebeuren. Bij het verlaten van de pitstraat of het elders op het circuit weer de baan opgaan, heeft het circuitverkeer voorrang, dit op straffe van diskwalificatie in de bewuste heat, (semi-)finale. De modelauto dient de pits op eigen kracht te verlaten, d.w.z. rijdend.

Een rijder mag zijn plaats op de rijders stelling alleen verlaten met ingeschoven zenderantenne. Het is een rijder nimmer toegestaan het circuit met de zender te betreden. Het overtreden van deze regel kan diskwalificatie tot gevolg hebben.

7.10 Bijzondere omstandigheden

Bij bijzondere omstandigheden kan het aantal kwalificaties teruggebracht worden naar 1 stuks. Dit kan zijn vanwege een groot aantal rijders, slechte weersomstandigheden of een uitgelopen tijdschema. Dit recht is voorbehouden aan de organisatie samen met de organiserende club. Een definitieve afzegging van de race moet worden beslist voor 10.30.

De wedstrijdleiding is verplicht alles in het werk te stellen om het wedstrijdprogramma volledig af te werken (ongeacht de weersomstandigheden). Alleen de wedstrijdleider kan bij niet voorziene omstandigheden het wedstrijdprogramma veranderen. In geval van veranderingen c.q. verkortingen hebben de (semi-)finale(s) prioriteit ten opzichte van de kwalificatieheats. In geval van andere onvoorziene omstandigheden of onregelmatigheden met dit reglement mag de organisatie samen met de wedstrijdleiding en jury beslissen wat te doen. 8.0 Puntentelling & klassement

8.1   Aantal races

Per seizoen worden er 7 races gereden, met gebruik van 2 schrapresultaten. 

8.2   Puntenverdeling

 

Positie Punten   Positie Punten   Positie Punten   Positie Punten
1 100 20 60 39 36 58 17
2 97 21 58 40 35 59 16
3 94 22 56 41 34 60 15
4 92 23 54 42 33 61 14
5 90 24 52 43 32 62 13
6 88 25 50 44 31 63 12
7 86 26 49 45 30 64 11
8 84 27 48 46 29 65 10
9 82 28 47 47 28 66 9
10 80 29 46 48 27 67 8
11 78 30 45 49 26 68 7
12 76 31 44 50 25 69 6
13 74 32 43 51 24 70 5
14 72 33 42 52 23 71 4
15 70 34 41 53 22 72 3
16 68 35 40 54 21 73 2
17 66 36 39 55 20 74 1
18 64 37 38 56 19
19 62 38 37 57 18

Tevens worden er in beide klassen extra 2 punten gegeven voor de Top Qualifier, dit zowel in de klassen sportsman, hobby en 40+. Deze extra punten blijven staan ongeacht de uitslag van de finales en worden niet meegenomen in het schrap resultaat.

Voor de sportsman –en de hobby klasse wordt apart een klassement bijgehouden. Op basis van de totaalresultaten wordt aan de snelste hobby rijder dus 100 punten toegekend.

8.3   Puntentelling

Voor de uiteindelijke score, welke de Buggy -en truggycup  kampioen aanwijst zijn de hoogst behaalde resultaten van 5 races van belang. Er is een apart puntenklassement voor Hobby en Sportsman. Het  laagst behaalde resultaat is het zogenaamde schrapresultaat. Bij een gelijke score, van twee of meerdere rijders, is het aantal hoogst gefinishte uitslagen doorslaggevend. Als ook die stand op een gelijk aantal uitkomt, zal de eindrangschikking van de laatste wedstrijd als doorslaggevend zijn.

Punten voor het klassement worden alleen toegekend als de rijder zich inzet voor het positief verlopen van de wedstrijd. Alle ’s morgens ingeschreven rijders dienen te blijven en te assisteren met baan inzetten dan wel tanken tot de laatste finale is verreden tenzij anders overeengekomen met de wedstrijdleiding en wedstrijdjury.

Als rijders besluiten weg te gaan zonder dit te melden heeft de wedstrijdcoördinator het recht om deze rijders geen punten toe te kennen dan wel uit te sluiten voor andere wedstrijden.

8.4   Prijzen

De sponsor van de wedstrijden zorgt voor de prijzen tijdens de wedstrijden en de bekers, te weten voor: De 1e, 2e en 3e plaats Sportsman, de 1e, 2e en 3e plaats Hobby-Klasse, de 1e, 2e en 3e plaats Truggy-Klasse en de 1e 40+ klasse.

Buiten de al genoemde sancties zijn de volgende sancties nog van belang: Voor afsnijden en onsportief rijden of ontoelaatbaar gedrag op de stelling of op en rond de baan (ter beoordeling aan de wedstrijdleider en of de wedstrijdjury) volgt eenmaal een officiële waarschuwing. Wordt de overtreding weer geconstateerd dan wordt er een straf uitgedeeld die past bij de mate van overtreding. Dit kan zijn 1 strafronde van alle kwalificatieheats of van de op dat moment verreden (semi-)finale. Ook kan besloten worden tot diskwalificatie op deze dag of zelfs uitsluiting tot de hele cup. Bij waarschuwing voor ontoelaatbaar gedrag blijft deze van kracht tot de volgende wedstrijden. Een protest indienen bij, of de wedstrijdjury wijzen op onsportief gedrag, kan alleen gedaan worden door rijders als zij die dag zijn ingeschreven als deelnemer.

Onder sportief gedrag valt tevens het ‘ruimte’ geven aan snellere rijders die een andere rijder op ronde achterstand gaan zetten. Het is niet de bedoeling om volledig van je lijn af te gaan en je daarmee onverwachte bewegingen op de baan maakt, maar geef in de bocht of bij het aansnijden een tiental centimeters ruimte zodat de snellere rijder er langs kan zonder dat je beide veel tijd verliest.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *